Inleiding
Bij natuurvergunningen in de landbouw of industrie speelt één vraag vaak een grote rol: valt een wijziging nog onder dezelfde natuurvergunning (omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit) als waarvoor eerder toestemming is verleend? In een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”) stond deze vraag centraal.
Voor ondernemers en bestuurders is het essentieel om te weten wanneer een wijziging een nieuwe natuurvergunning vereist, zeker sinds de strengere lijn van de Afdeling over intern salderen. Meer over stikstof leest u in onze blog over stikstof.
Waarom geen “één-en-hetzelfde project”?
In Leunen wilde een pluimvee- en varkenshouderij een aantal wijzigingen doorvoeren, zoals een ander luchtwassysteem en een aanpassing van het aantal dieren. Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende hiervoor een natuurvergunning.
De centrale vraag was of die vergunning überhaupt kon worden verleend. Het college meende van wel en stelde dat het ging om voortzetting van één-en-hetzelfde project. Volgens de Habitatrichtlijn is voor zo’n voortzetting geen nieuwe beoordeling nodig, zolang het project één enkel doel heeft, continuïteit kent en volledig overeenkomt met het oorspronkelijke project, vooral wat betreft locatie en uitvoering.
De Afdeling was het hier echter niet mee eens. Volgens de Afdeling leidde de andere verdeling van de kippen over de stallen en het nieuwe luchtwassysteem tot een wijziging van de exploitatie die niet binnen de oorspronkelijke natuurvergunning van 17 november 2016 valt. Met andere woorden: er was geen volledige overeenstemming meer met het oorspronkelijk vergunde project.
Dit betekent dat de aanvraag nu ziet op een nieuw project, omdat de wijziging te ingrijpend is om onder de bestaande vergunning te vallen.
Het belang van één-en-hetzelfde project in de praktijk
Sinds de Afdeling een strengere lijn hanteert over intern salderen, is de vraag of sprake is van één-en-hetzelfde project nog belangrijker geworden. Het verkrijgen van een nieuwe natuurvergunning is namelijk lastiger geworden, omdat interne compensatie van stikstofuitstoot (intern salderen) niet langer mag worden meegenomen in de voortoets.
Wie erop vertrouwt dat een wijziging onder de bestaande vergunning valt en later ontdekt dat een nieuwe vergunning nodig is, kan voor aanzienlijke juridische en praktische uitdagingen komen te staan.
Volgens deze strengere lijn heeft een aanvraag voor een natuurvergunning voor een wijziging van een bestaand project betrekking op het hele project na wijziging, inclusief de onderdelen die ongewijzigd worden voortgezet. Voor dit “nieuwe” project moet worden beoordeeld of een vergunning nodig is. Bij de voortoets mag geen vergelijking worden gemaakt tussen de oorspronkelijke situatie en de situatie na wijziging. De gevolgen van het nieuwe project moeten op zichzelf worden onderzocht.
Als uit die beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet op voorhand zijn uitgesloten, is een natuurvergunning vereist. In de praktijk blijkt het momenteel, gelet op de staat van instandhouding van veel Natura 2000-gebieden, lastig om deze vergunning te verkrijgen.
Wat kunnen we hiervan leren?
Deze uitspraak onderstreept dat een wijziging niet automatisch onder een bestaande natuurvergunning valt. Voor bedrijven betekent dit dat elke wijziging zorgvuldig moet worden beoordeeld voordat aanpassingen worden doorgevoerd.
Praktische tips:
